Jodo Terminologie

Jodo terminologie

Kledingstukken
Hakama Broekrok met wijde pijpen
Keiko gi Trainingsjas
Koshi ita Achterstuk hakama
Matadachi Opening aan de zijkant van de hakama
Obi Gordel
Zekken Naamlap op de linkerborst, bij Kendo op de middelste tare flap.

Kihon
1 Honte Uchi
2 Gyakute Uchi
3 Hiki Otoshi Uchi
4 Kaeshi Tsuki
5 Gyakute Tsuki
6 Maki Otoshi
7 Kurisuke
8 Kurihanshi
9 Taiatari
10 Tsuki Hasushi Uchi
11 Dobarai Uchi
12 Migi/Hidari Taihazushi Uchi

Seitei Kata
1 Ipponme Tsuki Zue
2 Nihonme Sui Getsu
3 Sanbonme Hissage
4 Yonhonme Shamen
5 Gohonme Sakan
6 Roponme Monomi
7 Nanahonme Kasumi
8 Happonme Tachi Otoshi
9 Kyuhonme Raiuchi
10 Jipponme Seigan
11 Jyuipponme Midaredome
12 Jyunihonme Ranai

Kamae (Jo)
Ritsu Jo Houding bij groeten: Jo, rechtop naast de tenen op de grond in het midden vastgehouden.
Sage Jo of Tei Jo Houding bij groeten of transport: Jo, achterwaarts tegen het schouderblad gedraaid.
Kasumi no kamae Afwachtende houding: Jo schuin voor het gezicht langs omhoog. Linkerhand op plexushoogte, rechterhand voor het voorhoofd.
Tsune no kamae Basishouding
Honte no kamae Jo vóór je met de punt gericht op ooghoogte. De jo wordt vastgehouden aan het laagste einde en een kwart hoger.
Gyaku te no kamae Als Honte no kamae maar met de voorste hand gedraaid.
Hiki Otoshi no kamae Een zijwaarts afgedraaide houding, met de Jo diagonaal vóór het lichaam met de bovenste punt op op schouderhoogte. De handpalmen wijzen naar buiten.

Kamae (Tachi)
Sageto Rusthouding
Teito Rusthouding met zwaard op obi hoogte
Hodoku Eindhouding aan het einde van een kata
Hasso (no kamae) Aanvalshouding met zwaard op schouderhoogte
Jodan (no kamae) Aanvalshouding met zwaard boven het hoofd
Seigan (no kamae) Bokken gericht naar de ogen of linkerpols van de tegenstander
Waki no kamae Zwaard aan de zijkant met de punt naar achteren

Print Friendly, PDF & Email